Als facilitator en adviseur werk ik, uiteraard, veel met groepen. Eén van de interessante dingen aan werken met groepen is de grote hoeveelheid wijsheid die in groepen aanwezig is en dat je (de deelnemers, maar ook ikzelf) daarop kunt vertrouwen.

Zo ook gisteren. Ik begeleid een directie bij het ontwikkelen van een visie. Er is in vorige sessies al veel voorwerk gedaan, gedurfd te dromen en gewerkt, en de directieleden hebben de vragen, die leiden tot het kunnen gaan formuleren van een visie, beantwoord. Nu is het tijd om de visie echt te gaan bedenken en formuleren. En dan… wordt het stil. Mensen kijken naar mij. Ik zeg niks, want als ik dingen ga roepen wordt het míjn visie, en dat is niet de bedoeling. Dus ik zeg: “Roep maar, gewoon, wat er in je opkomt.” Dan komt het op gang. Ik schrijf mee. Alles wat ik hoor schrijf ik op de flip-over. Uit ervaring weet ik dat uit alles wat op de flip-over komt te staan de rode draad gehaald kan worden. Het brengt de aanwezigen op meer  ideeën en uiteindelijk leidt het tot een gedeelde visie. Altijd. En toch…

Nadat ik een halve flip-over heb beschreven wordt het stil. Ik stop met schrijven. Stilte. Ik stel een vraag. De groep antwoordt… En weer stilte. “En nu?”, vraagt een deelnemer. De groep houdt haar adem in.

“Niks”, zeg ik, “gewoon laten bezinken. En denken”.  De groep is opgelucht. OK, het is goed, we mogen stil zijn. En even later gaat het weer stromen. Ik schrijf weer mee. Ineens is-ie daar: een deelnemer komt met een mooie volzin. Het is een samenraapsel van wat al genoemd is. Maar het klopt. Het voelt goed. “Ja, dit is waar wij naartoe willen”. De groep is zichtbaar tevreden.